Jacobus de Meerdere, Den Dungende verering van Jacobus de MeerdereSamen met zijn broer Johannes en met Petrus hoort Jakobus tot de drie apostelen die Jezus op een aantal bijzondere momenten in zijn leven gezelschap houden. Zij zien bijvoorbeeld hoe hij op de berg Tabor wordt opgenomen in een verblindend licht als teken van zijn goddelijkheid (de transfiguratie of gedaanteverandering). Ook zijn ze samen met hem in de tuin Getsemane, waar hij ’s nachts bidt tot God, wetende dat zijn dood nabij is. Jakobus verkondigt met de andere apostelen het evangelie in Palestina, met name in Judea en Samaria. In het jaar 44 wordt hij op bevel van koning Herodes Agrippa I als eerste van de apostelen terechtgesteld. Zijn volledige naam luidt Jakobus de Meerdere (ook wel ‘de Oudere’), ter onderscheiding van een gelijknamige apostel, die Jakobus de Mindere heet. Volgens de legende wordt zijn lichaam na zijn dood in een boot gelegd, die, door Gods hand gedreven, aanspoelt aan de kust van het gebied waar nu Santiago ligt. Zijn graf raakte in de vergetelheid. In de negende eeuw wordt zijn gebeente vlakbij het strand (campus) teruggevonden door een monnik, doordat een ster (stella) de plaats van het graf aanwijst. De plaats heet sindsdien Santiago (wat St. Jakob betekent) de Compostela (de ster bij het strand) en ontwikkelt zich in de middeleeuwen tot een van de belangrijkste bedevaartsoorden van Europa. Op het strand lagen de bekende Jakobsschelpen, die door de pelgrims op hun kleding werden aangebracht als bewijs dat zij de pelgrimage naar Santiago hadden volbracht. Volgens de overlevering krijgt koning Ordoña van Asturië in 859 tijdens een veldslag tegen de Moren (islamieten) onverwacht hulp van een geheimzinnige ruiter, zodat de slag wordt gewonnen. Deze ruiter zou niemand minder dan Jakobus zijn geweest, die sindsdien de titel Matamoros (Morendoder) draagt. In de kunst komen we hem soms als strijder te paard tegen. Jakobus de Meerdere wordt echter meestal voorgesteld als een pelgrim met hoed, staf en veldfles. Soms heeft hij ook een knapzak bij zich. Verder is hij te herkennen aan de grote schelp (Jakobsschelp) op zijn hoed of mantel, het teken van de pelgrims die Santiago de Compostela hadden bezocht. Ten slotte kunnen we het zwaard van Jakobus’ onthoofding als attribuut aantreffen. meer informatie :
volgende : de oproep aan Jacobus |
|