St.Sebastianuskerk Herpen


Doop in de Jordaan

Johannes de Doper (ook Jan de Doper of Jan-Baptist) was een joods profeet die tot omstreeks het jaar 30 in de provincie Judea in Palestina predikte. Hij was de neef van Maria. De heilige Elisabeth, zijn moeder, was de tante van Jezus. Johannes de Doper komt zowel in het Evangelie als in de Koran voor.

Johannes verkondigde de boodschap van bekering en verlossing van alle zonden door de doop. Hij had veel volgelingen en veel mensen lieten zich door hem in de Jordaan dopen. Hij leidde een ascetisch bestaan in de woestijn, ging slechts gekleed in een kameelharen mantel en voedde zich met sprinkhanen en wilde honing.

Tijdens een van zijn doopsessies kwam Jezus naar hem toe, die zich door hem liet dopen. herkende Jezus direct. Aanvankelijk weigerde hij Jezus te dopen - het zou eerder andersom moeten gebeuren. Bij deze gebeurtenis zou de Heilige Geest als een duif op Jezus' hoofd zijn.

Johannes berispte de vorst van Galilea, omdat deze een affaire zou hebben met de vrouw van zijn broer.De vorst zette hem daarom in de gevangenis, maar hij achtte Johannes hoog en mocht zijn leer graag horen. Enige tijd later werd hij echter door de vrouw van zijn broer gedwongen Johannes te onthoofden.