St.Sebastianuskerk Herpen
Jezus aan het kruis en beproeving van Abraham
Jezus aan het kruis Afgebeeld is Jezus aan het kruis met Maria en waarschijnlijk Johannes en Maria Magdalena. Rechts een Romeinse militair. Jezus was veroordeeld tot de dood door kruisiging. Zijn tegenstanders hadden hem aangeklaagd dat hij beweerd zou hebben dat hij koning was; dus in opstand kwam tegen de Romeinen die toen het gebied bezet hielden. Bovenaan het kruis hangt een bordje met de latijnse afkorting INRI voor 'Dit is de koning der Joden' De Romeinen gebruikten kruisiging als straf voor slaven, geminachte vijanden en criminelen. Kruisiging werd gezien als een zeer oneervolle wijze om te sterven. Kruisiging was ook alleen "voorbehouden" aan niet-romeinen. Gekruisigden werden niet begraven, wat in die tijd verlies van de identiteit betekende. Het lichaam bleef aan het kruis hangen als voedsel voor honden en gieren. Om te voorkomen dat verwanten het lijk van het kruis zouden halen om het toch te begraven werd er een wachtpost bij gezet. In Judea, evenwel, mocht een lijk niet 's nachts blijven hangen en Jezus van Nazareth is dan ook dezelfde dag nog begraven. Er werd voorafgaand aan de kruisiging begonnen met een flinke afranseling om de spieren te verzwakken. Het slachtoffer kreeg de dwarsbalk van het kruis op de schouders gebonden en moest zo naar de executieplaats lopen. Na aankomst op de executieplaats werd de dwarsbalk op de staander geplaatst. Met behulp van een treeplank kon het slachtoffer zich staande houden. Echter, na verloop van tijd zakte door het gewicht het lichaam steeds verder voorover en naar beneden. Hierdoor werden de longen als het ware dichtgeknepen waardoor zich vocht ophoopte. Het slachtoffer voorkwam verstikking door zich met zijn benen omhoog te drukken. Dit kostte echter veel kracht en was bijzonder pijnlijk, waardoor het na verloop van tijd steeds minder lukte. Wanneer het opdrukken niet meer lukte, stikte het slachtoffer. De veroordeelde werd met spijkers of nagels aan het kruis vastgeslagen. Deze nagels konden wel 13 tot 18 centimeter lang zijn en een vierkante centimeter breed. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt (en ook op veel schilderijen is afgebeeld), werden deze nagels niet door de palm van de hand geslagen, maar door de pols. De spijkers werden langs de zenuwen geslagen, waardoor het optrekken of opduwen zeer pijnlijk was. De nagels schuurden direct langs de zenuwen. De beproeving van Abraham In het ondergedeelte is Abraham afgebeeld, die op het punt staat zijn zoon Isaac voor God te offeren. Abraham wordt door de Joden gezien als hun oudste voorvader die ongeveer jaar voor het begin van onze jaartelling leefde. Zijn kinderen en kleinkinderen vormen het begin van het Joodse volk, dat zich onderscheidt van andere volkeren. Ook de Arabieren echter beschouwen hem als hun voorvader. Abraham was getrouwd met Sara, die aanvankelijk geen kinderen kon krijgen en Abraham daarom met een andere vrouw, Hagar, liet leven. Hagar kreeg een zoon : Ismael. Later kreeg Sara toch nog een zoon : Isaac. Hagar werd met haar zoon weggestuurd, de woestijn in. De mensen vereerden in de tijd van Abraham en nog lang daarna God door een lam de slachten en op een vuur te verbranden. Het verhaal dat in het raam wordt afgebeeld gaat over Abraham die door God op de proef wordt gesteld. God wilde weten of Abraham hem wel onvoorwaardelijk gehoorzaamde. God zei tegen Abraham : ga met je zoon naar een berg die ik zal aanwijzen en daar moet je je zoon offeren zoals je gewend bent een lam te offeren. Abraham laadde hout op een ezel en ging met zijn zoon en twee knechten op weg. Na drie dagen bereikten ze de berg. De twee knechten werden achtergelaten en Abraham ging met zijn zoon verder. Isaac vroeg : wij hebben hout en vuur bij ons maar waar is het lam dat geofferd moet worden ? Abraham antwoordde dat God daar wel voor zou zorgen. Toen ze op de berg waren aangekomen bouwde Abraham een altaar, legde het hout er op en daarop zijn zoon. Hij pakte het mes om zijn zoon te slachten, zoals God bevolen had. Maar er kwam een engel uit de hemel die riep : doe de jongen niets aan. We weten nu dat je ontzag hebt voor God. Toen Abraham rondkeek zag hij in de struiken een ram. Dat dier pakte hij en offerde het in plaats van zijn zoon. Dit verhaal heeft veel indruk gemaakt op veel kunstenaars die er schilderijen van gemaakt hebben; onder andere Rembrandt. Het verhaal komt niet alleen voor in de bijbel maar ook in de Koran. Daar heet Abraham Ibrahim en is het niet Isaac de zoon van Sara, maar Ismael de zoon van Hagar die bijna geslacht zou zijn als de engel niet had ingegrepen. De Arabieren beschouwen Ismael als hun voorvader. Het offer van Ibrahim wordt nog ieder jaar gevierd door gelovige moslims met het offeren van een schaap op het Offerfeest. Op deze dag wordt door moslims een lam volgens een voorgeschreven ritueel geslacht. Het vlees wordt door hen gegeten en verdeeld onder armen, buren en familieleden. Het feest valt 70 dagen na het einde van de ramadan. |
|