St.Lambertuskerk Huisseling
de verering van St. Lambertus
Lambertus werd vermoord op 17 september van het jaar 705. Op dat moment was hij bisschop van Hij werd bisschop in een woelige tijd. Zijn voorganger Theodardus was in een bos op weg naar huis om het leven gebracht door huurmoordenaars. Vermoedelijk had daar de hofmeier Ebroïn achter gezeten. Er waren veel politieke problemen tussen adel en de kerk. Lambertus werd als bisschop afgezet door de adel en hij trok zich terug in het klooster van Stavelot bij Malmedy. Een nieuwe hofmeier, Pepijn, was zelf een overtuigd christen en haalde Lambertus terug naar Maastricht. Maar toen de bisschop eens bij hem te gast was en aan tafel werd genodigd, kwam Lambertus te zitten naast een hem onbekende dame. En Pepijns vrouw was er niet bij. Hij vroeg naar de reden en kreeg te horen dat Pepijn voorlopig de voorkeur gaf aan deze vrouw, omdat hij wat uitgekeken was op zijn eigen vrouw. Verontwaardigd sprong de bisschop op: "Hoe durft u!? U en ik: wij moeten het goede voorbeeld geven aan de mensen in de kerk. Pepijn schaamde zich en beloofde beterschap. Enige tijd later was Lambertus weer bij Pepijn te gast. En zag tot zijn ergernis dat er nog niets veranderd was. Alpaïs zat nog prinsheerlijk op de plek van Pepijns vrouw. De bisschop wilde er niets mee te maken en terwijl hij het hof verliet, riep hij hem toe: "En hebt u het hart niet naar de kerk te komen, want ik zal u er niet inlaten, zolang u uw leven niet in orde hebt gemaakt. Dat betekende dat beiden nu openlijk door de bisschop te schande werden gezet. Pepijn zocht inderdaad naar een oplossing. Maar zijn vriendin Alpaïs zwoer wraak in haar hart. Zij nam twee ongure mannen in de arm en beloofde hun een vette beloning als zij Lambertus uit de weg zouden ruimen. Toen Lambertus zat te bidden bij het graf van zijn voorganger Theobaldus waren de twee huurmoordenaars zachtjes op het dak gekropen; zij haalden het riet weg waarmee het was afgedekt en lieten een zwaard van recht omhoog in Lambertus' schedel vallen. Ook zijn beide begeleiders vonden de dood. Zo wordt hij vermeld in de legende van Sint Oda van St-Oedenrode. Volgens de overlevering was zij de dochter van een Schotse koning, Eugenius of Eugunatius genaamd. Zij was van haar geboorte af blind. Op een dag meldde zich een pelgrim aan het paleis. Hij vertelde dat er in het plaatsje Luik aan de Maas sinds kort een bedevaartsoord van de heilige martelaar en bisschop Lambertus was gesticht. Vele blinden herkregen er het gezicht. Prinses Oda ging er heen en werd inderdaad genezen doordat de heilige bisschop zelve aan haar verscheen. In veel gemeentewapens komt Sint Lambertus voor;o.a in het gemeentewapen van Veghel. De Sint Lambertuskerk was ook bedevaartsplaats voor de heilige Eligius. Eligius of Eloy (ca. 590-660) zou hoefsmid, later goudsmid en muntmeester onder de merovingische koningen Clotharius II en Dagobert I zijn geweest. Hij eindigde zijn leven als bisschop van Doornik/Noyon. St. Eligius werd de patroon van de hoef- en goudsmeden. In Huisseling riep men zijn hulp in tegen gezwellen bij mensen en dieren in het algemeen en tegen het zogenaamde koningszeer (scrofulose), een klierziekte aan hals en hoofd, in het bijzonder. De kerk bezit een laatgotisch, gepolychromeerd houten beeld van Eligius (hoogte 1,10 m), in het eerste kwart van de 16e eeuw vervaardigd, mogelijk in het atelier van de Meester van Elsloo. De heilige is weergegeven als bisschop, met mijter, gekleed in bisschoppelijk gewaad. Op de linkerhand draagt hij een aambeeld met daarop een hamer. De staf in de rechterhand ontbreekt. In de 19e eeuw (en mogelijk al eerder in de 17e of 18e eeuw) is er sprake van een min of meer omvangrijke bedevaart. De bedevaarten moeten tot het begin van deze eeuw naar Huisseling zijn getrokken. Daarna was er tot kort na de Tweede Wereldoorlog voor de Huisselingse parochianen nog slechts een processie op feestdag van de heilige. Op dit moment is er geen sprake meer van een bijzondere verering. |
|