St.Lambertuskerk Huisseling
kruisiging
Afgebeeld zijn Jezus aan het kruis en daaronder Maria, zijn moeder en Johannes zijn meest geliefde volgeling. Onderin is een pelikaan afgebeeld die in zijn eigen borst pikt. Jezus was veroordeeld tot de dood door kruisiging. Zijn tegenstanders hadden hem aangeklaagd dat hij beweerd zou hebben dat hij koning was; dus in opstand kwam tegenm de Romeinen die toen het gebied bezet hielden. Bovenaan het kruis hangt een bordje met de latijnse afkorting INRI voor 'Dit is de koning der Joden' De Romeinen gebruikten kruisiging als straf voor slaven, geminachte vijanden en criminelen. Kruisiging werd gezien als een zeer oneervolle wijze om te sterven. Kruisiging was ook alleen "voorbehouden" aan niet-romeinen. Gekruisigden werden niet begraven, wat in die tijd verlies van de identiteit betekende. Het lichaam bleef aan het kruis hangen als voedsel voor honden en gieren. Om te voorkomen dat verwanten het lijk van het kruis zouden halen om het toch te begraven werd er een wachtpost bij gezet. In Judea, evenwel, mocht een lijk niet 's nachts blijven hangen en Jezus van Nazareth is dan ook dezelfde dag nog begraven. Er werd voorafgaand aan de kruisiging begonnen met een flinke afranseling om de spieren te verzwakken. Het slachtoffer kreeg de dwarsbalk van het kruis op de schouders gebonden en moest zo naar de executieplaats lopen. Na aankomst op de executieplaats werd de dwarsbalk op de staander geplaatst. Met behulp van een treeplank kon het slachtoffer zich staande houden. Echter, na verloop van tijd zakte door het gewicht het lichaam steeds verder voorover en naar beneden. Hierdoor werden de longen als het ware dichtgeknepen waardoor zich vocht ophoopte. Het slachtoffer voorkwam verstikking door zich met zijn benen omhoog te drukken. Dit kostte echter veel kracht en was bijzonder pijnlijk, waardoor het na verloop van tijd steeds minder lukte. Wanneer het opdrukken niet meer lukte, stikte het slachtoffer. De veroordeelde werd het met spijkers of nagels aan het kruis vastgeslagen. Deze nagels konden wel 13 tot 18 centimeter lang zijn en een vierkante centimeter breed. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt (en ook op veel schilderijen is afgebeeld), werden deze nagels niet door de palm van de hand geslagen, maar door de pols. De spijkers werden langs de zenuwen geslagen, waardoor het optrekken of opduwen zeer pijnlijk was. De nagels schuurden direct langs de zenuwen. De voorstelling van de pelikaan die zijn jongen voedt met eigen bloed staat in de christelijke iconografie zowel symbool voor opofferingsgezindheid, en met name voor de offerdood van Jezus, als voor de opstanding. |
|