Kapel Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten Megen
geschiedenis van de kapel
In 1645 stichtten franciscanen in de katholieke enclave Megen een klooster en richtten in hun kerk een broederschap op ter verering van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten. In 1733 werd even buiten Megen een kapel gebouwd ter ere van deze O.L. Vrouw. Het aan de Maas gelegen stadje Megen (met de dorpen Haren, Macharen en Teeffelen) vormde tot omstreeks 1800 een staatkundig onafhankelijk graafschap van katholieke signatuur. Brabant had geen eigen bestuur, maar viel rechtstreeks onder het gezag van de Staten-Generaal, het hoogste bestuur van de 'Republiek der Zeven Provinciën', zoals het gebied, dat nu Nederland is, toen werd genoemd. De Republiek was protestants. Als enclave in 'Staats' gebied was het stadje een ideale vestigingsplaats voor kloosters en een toevluchtsoord voor katholieken uit omliggende gebieden. De franciscanen, geestelijken die leefden volgens de voorschriften (regels) die Franciscus van Assisië had opgesteld, vestigden zich in 1645 in Megen na te zijn verdreven uit 's-Hertogenbosch. De kapel van O.L. Vrouw van Zeven Smarten (of Zeven Weeën) is gebouwd in 1732-1733. Ongeveer op dezelfde plaats heeft, blijkens een vermelding uit 1706, eerder een 'Heiligen huisken' gestaan. Het gebouwtje is gelegen op een kleine twee kilometer afstand van Megen, langs de weg naar Macharen, waar de Kapelstraat overgaat in de Megensedijk. Het grondvlak is een rechthoek, aan beide kanten afgeschuind in het koortje. De ingang bevindt zich in een klokgevel, onder een open voorportaal met gebogen fronton. Boven het portaal leest men: 'Langs deze weg zet genen voet of zeg Maria wees gegroet'. Een Mariabeeldje (replica) staat in een nis boven het eikenhouten altaar. De kapel is ingericht met een communiebank, een kaarsenstandaard, een intentieblok (waar verzoeken voor het opdragen van missen in gedaan kunnen worden) en zitbanken die plaats bieden aan tien personen. Het is de vraag of grote georganiseerde plechtigheden in de kapel wellicht meer uitzondering dan regel waren. Er lijkt geen continuïteit te zijn geweest in de zin van jaarlijks terugkerende processies. Vanaf de stichting werd wel ruim tweehonderd jaar lang gedurende het seizoen een groot aantal missen opgedragen, voortkomend uit fundatie-verplichtingen, ten behoeve van de broederschap, of bestelde missen voor de zielenrust van overledenen. ? Een fundatie is een fonds verbonden aan een kerkgebouw, vaak in de vorm van een stuk land. Van de opbrengst daarvan moesten missen opgedragen worden. In de loop van de 20e eeuw verdween deze traditie langzaam. De kapel is vermoedelijk haar gehele bestaan een plaats van spontane devotie geweest. Men ging er even bidden of ondernam, individueel of groepsgewijs, de bidweg. Zo werden vroeger vaak vanuit Megen bidtochten gehouden voor een zieke. In 1855 en 1920 heeft de kapel verschillende restauraties ondergaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte een 'vliegende bom' aanzienlijke schade, zodat daarna weer herstelwerkzaamheden nodig waren. In 1948 werden zes gebrandschilderde ramen geplaatst van glazenier Pierre van Rossum. In de jaren zestig nam de belangstelling voor de kapel in hoog tempo af. De georganiseerde plechtigheden verdwenen en het gebouw zelf raakte in verval. In 1970 kwam de kapel op de monumentenlijst. In 1988 werd het geheel gerestaureerd. Het totale aantal individuele bezoekers aan de kapel is hoog: jaarlijks zo'n 13 à 14.000, merendeels van buiten Megen. Men komt er bidden, steekt een kaarsje aan en regelmatig wordt een briefje achtergelaten in het intentieblok. |
|