St.Luciakerk Ravenstein


de verering van Sint Lucia

Hoewel de devotie tot St. Lucia al in de 17e eeuw in Ravenstein aanwijsbaar is, ligt de bloeiperiode van haar verering, gepaard met bedevaarten uit omliggende dorpen, duidelijk in de 18e eeuw, toen de regio werd geteisterd door dysenterie-epidemieën. De bedevaarten zijn mogelijk doorgegaan tot in de 20e eeuw, terwijl de heilige nu uitsluitend ter plaatse als patrones van de parochie wordt geëerd.

Diverse voorstellingen van de H. Lucia op het 17e-eeuwse kerkzilver van de parochiekerk te Ravenstein zijn de eerste getuigen van de devotie tot de H. Lucia ter plaatse. Blijkens een 19e-eeuws handschrift in het parochiearchief van Ravenstein, heersten er in 1666 in Ravenstein en omliggende plaatsen de rode loop en met koortsen gepaard gaande epidemieën. Mogelijk werd toen reeds een beroep gedaan op de voorspraak van St. Lucia.

Toen het Land van Ravenstein tussen 1702 en 1714 door de Fransen en hun bondgenoten was omgeven en er rondom Ravenstein besmettelijke ziekten uitbraken, trokken de pastoors en de vereerders uit de omliggende dorpen processiegewijs naar Ravenstein om 'door de voorspraak van de H. Lucia verlossing of bevrijding daarvan te bekomen'.

In deze periode van dreigende rampspoed richtte men in 1718 een Luciabroederschap op. Het Luciagilde, dat in dezelfde tijd ontstond, was aanvankelijk wellicht identiek aan de broederschap, die tot het begin van 20e eeuw is blijven bestaan.

De in de eerste helft van de 18e eeuw sterk toegenomen verering van de heilige is er vermoedelijk de oorzaak van geweest dat de nieuwe parochiekerk, die in 1735 werd gebouwd, aan haar werd toegewijd.

In de late Middeleeuwen werd Sint Lucia door haar naam (lucia=licht) verbonden met de terugkeer van het licht na het wintersolstitium. Haar naamdag, 13 december, werd voor de invoering van de Gregoriaanse kalender vaak beschouwd als kortste dag.

In Zweden is het Luciafeest vanaf de achttiende eeuw tot op heden bijzonder populair gebleven. Een in het wit gekleed meisje met een kroon van brandende kaarsen, meestal de jongste dochter, gaat als Lussibrud (Luciabruid) alle kamers af en brengt, vaak geholpen door bruidsmeisjes, alle huisgenoten koffie en lekkernijen in de slaapkamer.


Dit raam hangt in het museum. Het raam is gemaakt in 1959 ter gelegenheid van het feit dat pastoor van Heijst 25 jaar pastoor van de Luciaparochie in Ravenstein was. Het raam werd aan het museum geschonken door een nichtje van deze pastoor. Pastoor van Heijst is vooral bekendheid door zijn optreden in de Tweede Wereldoorlog.

Naast St. Lucia zijn ook de kerk, de straatjes in Ravenstein en het gemeentewapen met de raaf afgebeeld.